Ga direct naar de inhoud

We zijn online! De webshop wordt gevuld 🎁

Winkelwagen

Mozart: Concert 02 C Kv314

Reguliere prijs €19,60
Uitverkoopprijs Reguliere prijs
Mozarts Hoboconcert in C majeur, K. 314 (285d) behoort tot de belangrijkste werken uit het klassieke hoborepertoire. Wolfgang Amadeus Mozart componeerde het werk in 1777 in Salzburg, waarschijnlijk in het voorjaar of de zomer, voor de Italiaanse hoboïst Giuseppe Ferlendis, die verbonden was aan het hoforkest van de prins-aartsbisschop. De huidige Köchel-catalogus dateert het concerto tussen 1 april en 22 september 1777. Het concerto combineert virtuoze passages met lange, zangerige melodielijnen. De hobopartij heeft vaak het karakter van een operastem: levendig en briljant in de snelle delen, maar warm en expressief in het langzame middendeel. De solist moet beschikken over een soepele articulatie, een goede ademtechniek en een verfijnde beheersing van dynamiek en frasering. Ontstaansgeschiedenis Na zijn vertrek uit Salzburg nam Mozart het concerto vermoedelijk mee naar Mannheim. Daar werd het uitgevoerd door Friedrich Ramm, een vooraanstaande hoboïst van het beroemde Mannheimse orkest. Het werk maakte veel indruk en groeide uit tot een belangrijk showstuk voor de hobo. In 1778 bewerkte Mozart het hoboconcert voor fluit. Hij transponeerde het werk van C majeur naar D majeur en paste de solopartij aan het karakter en bereik van de fluit aan. Deze versie staat bekend als het Fluitconcert nr. 2 in D majeur, K. 314. Lange tijd was vooral de fluitversie bekend; de orkestpartijen van de oorspronkelijke hoboversie werden pas in de twintigste eeuw teruggevonden. De twee versies zijn inhoudelijk nauw verwant, maar niet volledig identiek. Verschillen in articulatie, frasering en figuratie hangen samen met de technische eigenschappen van de beide instrumenten. Moderne Urtext-uitgaven tonen daarom soms zowel de hobo- als de fluitversie, zodat uitvoerders deze met elkaar kunnen vergelijken. Delen Het concerto bestaat uit drie delen: Allegro aperto Een helder en energiek openingsdeel. Het orkest presenteert het belangrijkste thematische materiaal, waarna de hobo dit overneemt en uitbreidt met virtuoze loopjes, sprongen en versieringen. Adagio non troppo Een lyrisch middendeel met lange, vocale melodielijnen. De hobo staat centraal als een zanger zonder woorden. Klankvorming, ademverdeling en expressieve frasering zijn hier belangrijker dan technisch vertoon. Rondo: Allegretto Een levendige finale met een terugkerend hoofdthema. Het deel is speels, elegant en technisch uitdagend, met snelle articulaties en beweeglijke passages.

Speelniveau

Het Hoboconcert in C majeur is bedoeld voor gevorderde hobospelers en behoort tot het standaardrepertoire voor conservatoriumstudenten, professionele musici, concoursen en orkestaudities. De technische moeilijkheid ligt niet alleen in de snelle passages, maar vooral in de combinatie van: betrouwbare intonatie; lange ademlijnen; gelijkmatige articulatie; stijlbewuste versieringen; een lichte klassieke speelwijze; overtuigende cadenzen; balans tussen virtuositeit en lyriek. Betekenis van K. 314 (285d) De letter K. verwijst naar het Köchelverzeichnis, de chronologische catalogus van Mozarts composities. Het werknummer 314 wordt tegenwoordig voor zowel het hoboconcert als de daarop gebaseerde fluitversie gebruikt. Het nummer 285d is een nummer uit een latere herziening van de Köchel-catalogus. Door de complexe overlevering zijn in oudere bronnen ook andere nummeringen te vinden.